Mensen zijn niet voor niets bang voor de combinatie van hout en vuur. Historisch gezien is hout op veel plaatsen in de wereld het belangrijkste bouwmateriaal geweest; hele steden werden van hout gebouwd. In de archieven zijn vele verslagen te vinden van steden die op verschillende tijdstippen tot de grond toe zijn afgebrand; in de dichtbebouwde steden kon het vuur snel van het ene gebouw naar het andere overspringen. Deze herinnering zit ook nu nog diep in de hoofden van de mensen verankerd, en wordt niet zo gemakkelijk losgelaten; volgens de statistieken gebeuren de meeste woningbranden nog steeds in houten huizen. Laat me uitleggen wat er precies gebeurt wanneer hout en vuur elkaar ontmoeten. Maar houtskeletbouw realisaties blijven populair.

Hoe veilig is een houten Huis

Deze statistieken zijn niet alleen hard, ze zijn ook oneerlijk voor de houtbouwindustrie. Uit een diepgaand onderzoek en een analyse blijkt dat het merendeel van de branden in houten huizen zich voordoet in onbewoonbaar verklaarde woningen en vervallen zomerhuisjes of tuinhuisjes en niet in moderne constructies. Deze gebouwen zijn niet gebouwd met voorzorgsmaatregelen voor brandveiligheid in het achterhoofd, en mensen handelen vaak onnadenkend en roekeloos zonder rekening te houden met de brandgevaarlijke factor. In Scandinavische landen bijvoorbeeld worden zelfs flatgebouwen van acht verdiepingen hoog van hout gebouwd; dit bewijst dat hout een brandveilig materiaal is.

Hoe veilig is hout?

Om iets in brand te kunnen laten vliegen, is de zogenaamde magische driehoek nodig – drie hoofdcomponenten. Het eerste bestanddeel is de brandstof – in dit specifieke geval is dat het hout zelf. Het tweede bestanddeel is de zuurstof of oxidant die de verbranding van een vlam mogelijk maakt. Het laatste bestanddeel is een ontstekingsbron, die van alles kan zijn, van een kaars in een kerstboom tot een storing in een elektrische installatie. De combinatie van de eerste twee componenten komen we elke dag tegen. Het enige wat tekort schiet om brand te veroorzaken is die ene brandende lucifer of die ondoordachte actie. Een belangrijke factor voor de brandveiligheid van hout is het vochtgehalte. Hout neemt vocht op uit de omgeving en het geeft dat vocht weer af aan de omgeving. Hout is nooit helemaal droog. Deze unieke eigenschap van hout is een gunstige factor voor de brandveiligheid. Het is bekend dat groen hout dat net gekapt is, absoluut niet in brand vliegt. Water speelt een grote rol bij brand; het vochtgehalte van hout maakt hout tot een voorspelbare vaste brandstof die brandt met een gelijkmatige vlam. In vergelijking met metalen constructies is metaal een uitstekende warmtegeleider en warmt het snel op; zodra het 300 tot 400 graden bereikt, vervormt het en gaat de constructie kapot. Houten constructies zijn bestand tegen hogere temperaturen dan dat. Tijdens een brand, wanneer de temperatuur 1000 graden bereikt, zal de binnenkant van een houten constructie nooit meer dan 100 graden worden, zolang de binnenste lagen hout nog vocht vasthouden. Dat maakt een houten huis veiliger voor een evacuatie in geval van een ongeluk, en het vuur kan worden geblust, waardoor de constructie van het gebouw behouden blijft.

Tijdens een bosbrand in Rusland begon een huiseigenaar wiens houten huis midden in het bos stond, het huis water te geven; het bos brandde af en andere huizen gingen mee, maar het huis dat water kreeg, bleef staan en intact. De synergie tussen hout en water is machtig krachtig en positief.

Het materiaal maakt geen verschil

Wij beweren niet dat hout niet brandbaar is – elk organisch materiaal is brandbaar. Ontvlambare oplossingen of vlamvertragers zijn efficiënt voor de beginfase van de verbranding. Vlamvertragers zijn niet-organische stoffen die het verbranden of opwarmen van een materiaal tegengaan. Helaas maakt bouwmateriaal dat met brandvertragers is behandeld het huis minder chemievrij; anderzijds is chemievrije “eco”-bouwmateriaal een veelgebruikte term – het veelgeprezen eco-watten bevatten een hoog percentage brandvertragende middelen.

Ook gebouwen van beton en andere niet-organische materialen nemen het potentiële brandgevaar niet weg. Mensen vullen hun huizen met spullen, zonder rekening te houden met het risico van brandgevaar. In de eerste plaats moeten huiseigenaren bewuste brandpreventiemaatregelen nemen, zoals het installeren van rookmelders die voorkomen dat de huiseigenaar in geval van brand wordt overvallen. Een ander aandachtspunt in oudere gebouwen zijn de elektrische installaties – de huiseigenaar zou moeten overwegen het elektriciteitsnet opnieuw aan te leggen. Uiteindelijk moeten alle risicofactoren worden beoordeeld – waar kaarsen worden neergezet of dat die grote, zachte bank te dicht bij de open haard staat. Er kunnen veel preventieve maatregelen worden genomen door een risicoanalyse van het huis uit te voeren.

Samengevat: brandgevaar wordt niet bepaald door de constructie of het bouwmateriaal; brandgevaar wordt veroorzaakt door onze eigen handelingen. Een bank die niet op een veilige afstand van een open haard is geplaatst, vormt een veel groter brandgevaar dan een houten huis zelf.

Houtskeletbouw gezocht, kijk eens bij livingwood.be